Sunday, May 30, 2010

Lieve mzungu’s

Wederom een tijd geleden, maar internet in de jungle is schaars, vrije tijd vaak ook en om die dan te gebruiken om binnen te gaan zitten typen gaat me vaak wat te ver...hoewel er aan avonturen geen gebrek is…

Ten eerste allemaal onwijs bedankt voor alle verjaardagskaarten en berichtjes die Ines had meegenomen, superleuk!! Helaas is op het adres dat ik heb gestuurd nog niks aangekomen en ik weet inmiddels dat het meestal pas aankomt als de co-assistenten alweer weg zijn...Maar ik hoop heel erg dat het toch nog op tijd aankomt..! En Ines blijft gelukkig nog wat langer om anders wederom als postbode te fungeren. Onze kamer lijkt inmiddels op een soort circustent met een kaal en back-to-basic Afrikaans decor op de achtergrond...De slingers en ballonnen hebben we gewoon laten hangen omdat het er zo lekker debiel uitziet, en met onze twee minuscule bedjes onder aan elkaar geknoopte klamboes, en foto’s en verjaardagskaarten, is de kermis compleet...
Omdat ik veel te veel heb om op te schrijven, zal, om jullie enigszins te sparen, deze episode vooral over het werk in het ziekenhuis gaan, en de volgende over het leven erbuiten (wat, warempel, ook nog bestaat...!). Voor de mensen die niet van vieze verhalen houden, of die op het punt staan om een broodje filet americain naar binnen te werken; je bent gewaarschuwd. En voor de struisvogels onder ons: ook niet lezen, want humoristisch is het ook niet altijd...

Inmiddels heb ik sinds koninginnedag Ines in mijn persoonlijke bezit. Nadat ik een maand lang, op een weekendje chillen op de SseSse eilanden met Merit, een meisje dat ik was tegengekomen in Kampala na, geen enkele andere blanke had gezien, taaiden we af naar het nederige stulpje van de Nederlandse ambassadeur, die alle Nederlanders in Uganda van bier, bitterballen, haring, poffertjes, foute muziek en nog meer bier, bitterballen en foute muziek voorzag...Wat een bizarre gewaarwording om ineens tussen mijn hossende en feestende landgenoten te staan. Het voelde echt een beetje als een foutje in de Matrix, na een maand bikkelen in pikzwart Afrika, maar gezellig was het zeker!! Ines heeft daar rechtstreeks vanaf koninginnenacht en aansluitend het vliegtuig, haar entree gemaakt, dus dat maakte het feest nog mooier! Kris, superbedankt voor de oranje mutsen, met heel veel trots gedragen (en met ons leven verdedigd...). Hoewel ik normaal Nederlanders fanatiek vermijd en de vreemdste accenten simuleer om niet geidentificeerd te worden als ik in het buitenland ben, was het eerlijk gezegd een enorme verademing om weer eens flauwe grappen te kunnen maken die ik niet alleen zelf begrijp (of grappig vind), en met een flinke lading uitgelaten mafkezen wordt zelfs het gezeur van Guus Meeuwis geniaal. En ik blijf het mooi vinden dat feestende Nederlanders echt geen gene lijken kennen (inclusief mezelf). Het huis en de tuin van de ambassadeur hebben we derhalve op een gezonde manier afgebroken.

Goed, dat was even een mooie en surrealistische afwisseling van het ziekenhuisleven, want dat ging na koninginnedag rustig door...Maar met Ines erbij scheelt het wel echt behoorlijk...Zowel in de hoeveelheid werk, maar ook omdat er iedere dag wel weer bizarre, schokkende dingen gebeuren en we dan in ieder geval elkaar met open mond kunnen aanstaren, of onze frustraties met elkaar kunnen delen. Hoewel ik hier nu “al” 6 weken ben, kan ik er toch nog steeds niet echt aan wennen hoe de dingen hier vaak gaan, of vooral vaak niet gaan en ben ik iedere dag weer bezig met mijn normen en waarden aan te passen, en noodgedwongen te accepteren dat patientenzorg hier niet dezelfde kwaliteit kan hebben als die in Nederland...Door de armoede, de vaak grote afstand naar het ziekenhuis en door onwetendheid zoeken mensen vaak veel te laat hulp en gaan er zo veel, met name kinderen, dood terwijl dat absoluut niet nodig was geweest...Dat je soms niet een behandeling of onderzoek kunt inzetten waar dat in Nederland net zo makkelijk is als het kopen van een pak melk, had ik ook voorzien. Maar dat is niet het ergste. Waar ik echt moeite mee heb, is dat hierdoor een mensenleven ook echt veel minder waard blijkt te zijn dan in Westerse landen. De dood hoort hier echt bij de orde van de dag en afgezien van de ouders of naaste familie van een patient, is er niemand die op of omkijkt als een kind stikt in zijn eigen slijm in een epileptische aanval, behalve als hij dood is, want dan staan ze in no-time in de rij om het matras in gebruik te nemen...
Het is natuurlijk volstrekt invoelbaar dat in een land dat straatarm is, de bevolking gehard raakt...En natuurlijk, ook ik schrik niet meer als er een kind doodgaat (of dood binnen wordt gebracht), of als een moeder haar kind weer op haar arm mee naar buiten neemt als ze niet genoeg geld heeft voor de behandeling...Maar leuk is anders...

Een ander voorbeeld; een paar weken geleden heb ik eindeloos staan zweten om een voet en een knie van een 12-jarig jongetje dicht te hechten, nadat er door een boze boer een bijl in was gezet, omdat het desbetreffende kereltje op het ondeugende maar vooral ongelukkige idee was gekomen om in een boom te klimmen om een jack fruit, een vrucht in het formaat en de vorm van een rugbybal, te stelen. Voet bijna eraf, knieschijf doormidden, jongetje, begrijperlijkerwijs, enorm van slag. “Crazy Africa!!”, zegt Deo,de medical officer dan. Inderdaad, crazy. Van het kaliber gestoord en compleet overbodig. Dat je zo bruut bent dat je met een bijl op een klein jongetje inhakt dat daardoor de rest van zijn leven mank zal lopen en daardoor waarschijnlijk ook geen droog brood zal verdienen, gaat er bij mij echt niet in. Dit heeft niets met armoede te maken heeft, maar is echt beestengedrag...Ik heb mezelf als doel gesteld om hier lekker nooit aan te wennen, en dus mooi nĂ­et mijn schouders over dit soort gruwelijkheden op te halen...!
Nadat ik twee uur later de knie zo goed en zo kwaad als het ging, zonder narcose, had schoongemaakt en dichtgehecht, had ik op de “status” (een los A4-tje) duidelijk opgeschreven, en ook nog mondeling aan de verpleging uitgelegd wat voor antibiotica en pijnstilling hij moest krijgen en hoe de knie verbonden moest worden. Om de volgende dag bij de visite het jongetje, creperend van de pijn op een vuilniszak op de grond te vinden, zijn knie vol stof en vliegen, niet verbonden, geen antibiotica en geen pijnstilling. Hoewel het barst van de verpleegkundigen, is er helaas niemand die verantwoordelijk is als dingen niet gebeuren en een antwoord waar en waarom het fout is gegaan, krijg je ook niet...Dokter Elly windt zich enorm op over dit soort fouten, maar om een of andere reden blijven wij echt de enigen en ligt de verpleging er niet van wakker en toont geen enkel initiatief danwel interesse om uit te vinden waar de fout lag. Het lijkt alsof het vooral belangrijk is dat Elly niet achter dit soort fouten komt, niet dat de fouten omwille van de patient voorkomen worden...Mijn frustratiegrens is al meermalen overschreden en tevens zorgt dit ervoor dat een van onze belangrijkste taken is om constant achter de verpleging aan te lopen om te zorgen dat ze wel doen wat je zegt. Maarja, daar hebben we eigenlijk helemaal geen tijd voor, bovendien is een patient zodra hij wordt opgenomen en de zaal opgaat, meestal “kwijt”, tussen de kippen en de andere patienten, en is het onwijs ingewikkeld om hem dan weer terug te vinden...

Bovenstaande is misschien wel frustrerend, het neemt niet weg dat we desondanks superveel plezier hebben...Hoewel de verpleging over het algemeen uit een ei lijkt te komen, zijn ze wel ontzettend aardig en de grapjassen van deze week spannen zich enorm in om ook een beetje Nederlands te leren...Als ze nou net zo hun best zouden doen om de patienten ook hun medicijnen te geven, zou er weinig te klagen zijn...Een van de verpleegkundigen had zelfs speciaal voor mijn verjaardag een liedje voor (en over) mij geschreven, en heeft het als een serenade romantisch voorgedragen, in het schijnsel van een paar kaarsen, op het stoepje van ons balkon...

Maar degenen die nog het allerallerleukst zijn, zijn de patienten. Meer dan de helft zijn kinderen, en feit blijft dat er niks onweerstaanbaarder is dan een klein negerjongetje of een klein negermeisje met rastakrulletjes in moeilijk aandoenlijke jurkjes en pakjes. Het ziekenhuis is namelijk een van de gelegenheden waarvoor de Ugandezen hun mooiste kleren uit de (met het oog op de armoede alleen spreekwoordelijke) kast halen, wat resulteert in buiten proportie mooie jurkjes, die echter net zo gemakkelijk worden ondergekosts, -gesnotterd, -gebloed en –gepoept als een vuilniszak. Mijn adoptieteller is inmiddels de honderd ruimschoots gepasseerd en het is dat ze net iets te groot zijn voor in de zakken van mijn witte jas, anders stopte ik er iedere dag eentje in om mee naar huis te nemen!

Deel drie volgt....